Terminologie




Zijn die afkortingen voor jou Chinees?

Als je een echte CrossFit On The Road atleet wil worden is het noodzakelijk om de gebruikte taal te beheersen. We hebben voor jou de meest courante afkortingen en termen opgesomd en uitgelegd. Dit zal je zeker helpen bij je volgende workout.

Algemene termen

  • Assault Bike: Satan’s tricycle – indoor fiets waarbij de amen ook werken
  • Barbell: Stang waaraan gewichten hangen waarmee je gaat liften
  • Benchmarks: standaard workouts die regelmatig terugkeren om vooruitgang meetbaar te maken
  • BW (or BWT): Body Weight – je eigen lichaamsgewicht
  • Box: De gym of ruimte waarin CrossFit wordt beoefend
  • C2: Concept 2 rowing machine – de merknaam van de gebruikte roeimachines
  • Cash-in: Je mag pas aan de workout beginnen nadat je deze opdracht hebt voltooid (bv. 400 m run)
  • Cash-out: Voordat je workout volledig afgerond is, moet je deze opdracht nog voltooien (bv. 100 Double-Unders)
  • CFT: CrossFit Total is een benchmark workout: totaal van je max Squat, Press en Deadlift
  • CFWU: CrossFit Warm-Up. Typische opwarming bestaande uit 3 rondes van 10-15 reps: Samson Stretch, Overhead Squat met pipe, situps, Back Extensions, Pull-Ups, Dips
  • DB: Dumbbell – halter met gewichten
  • GHD: Glute Ham Developer – toestel specifiek bedoeld om gluteus en hamstrings te trainen
  • GPP: General Physical Preparedness – algemene fysieke paraatheid
  • Gym: Gymnastics, oefeningen enkel met je lichaamsgewicht
  • KB: Kettlebell – een gietijzeren gewicht dat veel weg heeft van een kanonskogel met een handvat
  • No-Rep: een oefening niet volgens de van te voren bekende bewegingsstandaard wordt uitgevoerd
  • Oly: Olympic Weightlifting – Olymisch gewichtheffen waarbij hoofdzakelijk de Snatch en de Clean & Press wordt uitgevoerd
  • Pood: Russische eenheidsmaat om het gewicht van Kettlebells weer te geven (1p = 16,4kg)
  • PR: Personal Record – persoonlijk record
  • Rep: Repetition – herhaling
  • RM: Repetition Max: maximaal gewicht dat je kan liften op xx herhalingen. bv. 10RM = maximaal gewicht dat je 10 keer na elkaar kan liften
  • Rx; as Rx’d: as prescribed – zoals voorgeschreven, je hebt de workout precies gedaan zoals beschreven of aangegeven
  • Scaled: De workout wordt aangepast naar jouw persoonlijke fysieke vaardigheden
  • Set: Aantal herhalingen na elkaar, bv. 3 sets van 10 reps = doe 10 reps, rust, herhaal, rust, herhaal
  • Ski-erg: Ski ergometer – indoor toestel waarbij de bewegingen van langlaufen wordt nagebootst
  • W-up: Warming-up
  • WOD: Workout of the day –  workout van de dag

Soorten workouts

  • AMRAP: As Many Rounds (of Reps) As Possible – waarbij het doel is zoveel mogelijk rondjes of herhalingen binnen de tijd te behalen
  • AFAP: As Fast As Possible – de workout in zo’n kort mogelijke tijd afronden
  • EMOM: Each Minute On Minute. Gedurende een aantal minuten voer je iedere minuut een aantal reps uit
  • Chipper: Een workout met meer dan vier verschillende oefeningen
  • Metcon: Metabolic Condition – intensieve workout op conditie
  • RFT: Rounds For Time – een aantal oefeningen die je zo snel mogelijk moet uitvoeren
  • Tabata: Hele intensieve workout van 20 seconden werk en 10 seconden rust gedurende 8 rondes (4 minuten)
  • 21-15-9: Specifiek schema voor workouts. Eerst alle oefeningen 21 keer, dan 15 keer en dan 9 keer uitvoeren

Uitvoeringen

  • BW: Bodyweight – het gewicht voor de oefening is hetzelfde als je lichaamsgewicht
  • A2G (ATG) Squats: ass to the grass –  een Squat zo diep mogelijk uitvoeren
  • C2B (CTB) Pull-Ups: Chest to Bar – pull-up met je borst tot tegen de bar
  • GTG: Grease the Groove – zoveel mogelijk sets van een bepaalde oefening afwerken in een dag
  • OH: Overhead – boven het hoofd (boven de verticale as vanaf het midden van je voet)
  • Hang position: Positie iets boven kniehoogte
  • High-hang position: Positie net onder heuphoogte
  • TNG: Touch and go – hierbij doe je een aantal barbell herhalingen na elkaar,waarbij de barbell telkens heel kort de grond raakt (niet laten botsen!)
  • Strict: de beweging (meestal pull-ups) worden zonder kipping heupbeweging uitgevoerd

De oefeningen

  • AKBS: American Kettlebell Swings- kettlebell swing tot overhead (vertikaal boven het hoofd)
  • BJ: Box Jump – met beide voeten op een box (houten kist) springen
  • BP: Bench Press – bankdrukken
  • BS: Back Squat – bar achter het hoofd op de schouders en een squat beweging uitvoeren
  • CLN: Clean – oefening waarbij een gewicht vanaf de grond naar de schouders wordt gebracht
  • C&J: Clean & Jerk  – Olympic Weightlifting oefening waarbij het gewicht vanaf de grond eerst naar de schouders en dan naar de overhead positie wordt gebracht
  • CTB: Chest to Bar – pull-up waarbij je met de borst tegen de bar komt
  • DL: Deadlift – barbell van de grond tot heuphoogte brengen
  • DU: Double-Unders – touwspringen waarbij het springtouw twee keer onder je voeten gaat per sprong
  • FS: Front Squat – bar voor het hoofd op de schouders en een squat beweging uitvoeren
  • GHD Situp: Situp uitgevoerd op GHD bank
  • GHD Glute Ham Raise: Oefening waarbij de gluteus worden getraind op een GHD bank
  • HSPU: Hand Stand Push Up – opdrukken (push-ups) in handstand positie, eventueel tegen een muur
  • HSQ: Hang Squat (clean of snatch). Start met de bar in een hang-positie (net boven de knie) en voer een Snatch of Clean uit
  • KBS: Kettlebell Swing – Kettlebell met een zwaaibeweging naar boven brengen (American = boven het hoofd, Russian = horizontaal voor het hoofd)
  • Kipping: Variatie op de Pull-up, waarbij je een schommelende beweging maakt met als doel, snellere Pull-ups en groter volume
  • KTE/K2E: Knee to Elbows – gymnastische beweging waarbij je hangend aan een pull-up stang vanuit volledig uitgestrekte positie met je knieën je ellebogen moet aantikken
  • MU: Muscle-up – hangend aan ringen doe je een combinatie van een pull-up en een dip om recht op de ringen te eindigen
  • MP: Military Press – barbell wordt vanaf de borst naar overhead gedrukt
  • OHS: Overhead Squat – Diepe squat terwijl je armen gestrekt een barbell boven het hoofd houden
  • PC: Power clean – Clean waarbij je geen diepe squat beweging uitvoert
  • Pistol: One-legged Squat. Diepe squat beweging op één been
  • PP: Push Press – een gewicht van je schouders tot boven je hoofd tillen en de knieën lichtjes buigen voor meer energie
  • PU: Pull-up of Push-up
  • PSN: Power Snatch – Snatch waarbij je geen diepe squat beweging uitvoert
  • RC: Rope Climb – touwklimmen
  • RD: Ring Dip – je op de ringen van rechtop positie laten zakken tot de ellebogen volledig geplooid zijn
  • RKBS: Russian Kettlebell Swings- kettlebell swing tot ooghoogte
  • SDHP: Sumo Deadlift High Pull – een soort Deadlift, maar hier trek je het gewicht explosief door tot sleutelbeenhoogte. Voeten staan zeer wijd open (zoals Sumo worstelaars)
  • SLDL: Stiffed Leg Deadlift – Deadlift met gestrekte benen
  • SN: Snatch – Olympic Weightlifting oefening waarbij het gewicht vanaf de grond in één vloeiende beweging naar overhead positie wordt gebracht
  • SQ: Squat – met gespreide voeten een zittende beweging uitvoeren en terug rechtstaan
  • TGU: Turkish Get-Up – rechtkomen vanuit een liggende positie met een Kettlebell vertikaal boven het hoofd
  • TTB/T2B: Toes to Bar – hangend aan een bar, de tenen naar de bar brengen
  • TU: Triple-Unders – touwspringen waarbij per sprong het touw drie keer onder je voeten gaat
  • WBS: Wall Ball Shots- met een zware bal in je handen doe je een squat en vervolgens gooi je, terwijl je opstaat, de bal hoog tegen de muur
  • WL: Walking Lunge – met één voet stap je naar voren en buig je je benen totdat je achterste knie de grond raakt

Hopelijk is de CrossFit-taal nu geen Chinees meer voor jou 🙂



Deel dit artikel via onderstaande links!